29 juni. Nieuwe monumentenvergunning

Vanwege de herinrichting van het Lucasbolwerk is een nieuwe monumentenvergunning ter visie gelegd met stukken die niet geheel duidelijk zijn. Lopende de zienswijzeprocedure heeft B&W, zonder zienswijzen af te wachten, de monumentenvergunning verleend.
Daarover schreven wij B&W een brief, die wij hieronder integraal weergeven.

p e r s o o n l ij k
 
De burgmeester alsook de wethouders
Spit, Giesberts, Van Eijk en De Weger
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE UTRECHT
 
 
Utrecht,           29 juni 2008
Betreft:            monumentenvergunning Lucasbolwerk: niet-kenbaarheid,
                       onregelmatigheid
Ons kenmerk:   08-017
 
Geachte Dames en Heren,

Met deze brief wenden wij ons tot vijf portefeuillehouders van B&W tegelijk (juridische zaken, r.o., stadswerken en groen, binnenstad, verkeer) omdat ons niet bekend is wie de coördinatie van het hieronder vermelde heeft.

In Gemeenteberichten van 28 mei j.l. is gepubliceerd het feit van het "ontwerpbesluit van 21 mei 2008 Stadsbuitengracht ter hoogte van het Lucasbolwerk". "... ontwerpbesluiten over vergunningaanvragen voor rijksmonumenten liggen gedurende zes weken ter inzage; ... vanaf de datum van publicatie. Belanghebbenden kunnen binnen deze termijnen schriftelijk en/of mondeling een zienswijze indienen," zo zegt de publicatie verder.

Op vrijdag 20 juni j.l. - ruim binnen de termijn - togen wij naar de balie ‘Bouwen, wonen en ondernemen’ om een en ander in te zien. De stukken bleken niet aanwezig.
Op maandag 23 j.l. zouden wij gebeld worden over de mogelijkheid de stukken alsnog in te zien, maar dat gebeurde niet. Op vrijdag 27 juni j.l., nog steeds ruim binnen de termijn, zijn we opnieuw naar de balie gegaan, hoewel dat opnieuw verlof opnemen betekende.
Nu lag er wel wat, namelijk de vergunningaanvraag, twee tekeningen, foto's van onderdelen van de huidige situatie, en nog wat correspondentie, o.a. met de Rijksdienst.

Een document dat een brug zou vormen tussen het vrijwel nietszeggende aanvraagformulier en de voor niet-projectmedewerkers weinig zeggende tekeningen (waarvan de legenda onvolledig zijn), ontbreekt echter. Ook ontbreekt informatie over hoe het onderwerpelijke concept-besluit zich inhoudelijk verhoudt tot de in 2005 verleende monumentenvergunning voor dezelfde locatie, die voorzag in de bouw van een ondergrondse parkeergarage.
 
De monumentenvergunning van 2005 is niet ingetrokken toen de Raad in 2006 bij motie aangaf vooralsnog niet met het garageplan Lucasbolwerk te willen doorgaan en het college de motie overnam. In augustus 2006 vernamen wij bij monde van verkeerswethouder De Weger dat het college niet van zins was om de monumentenvergunning van 2005 (die zoals gezegd in garagebouw voorzag) in te trekken. Ons inziens kon dit niet anders worden geduid dan dat het college, in elk geval toen, de mogelijkheid van een ondergrondse garage op het Lucasbolwerk wilde openhouden.

Nu is het college van plan opnieuw een monumentenvergunning met betrekking tot dezelfde locatie te verlenen. Het is dan van belang dat de burger kan begrijpen, dus dat voor de burger KENBAAR is, hoe de twee vergunningen voor dezelfde locatie zich tot elkaar verhouden, dus of en in hoeverre het garageplan binnen de kaders van het monumentenrecht blijft bestaan.
Uit het ter inzage gegevene blijkt dat in het geheel niet. In dit opzicht is het ontwerp-besluit NIET-KENBAAR, een behoorlijk gebrek.

Ook voor het overige blijkt uit de stukken voor anderen dan projectbetrokkenen onvoldoende wat er gaat gebeuren. Het zal wel mondeling zijn toegelicht aan een monumentambtenaar, maar dat is dan niet het dossier vastgelegd.
Ondanks het feit dat wij in het voortraject van de nu voorgenomen vergunningverlening betrokken zijn geweest, kunnen wij uit het ter inzage gegevene toch niet voldoende begrijpen wat er verandert.
Ook onder dit gezichtspunt hebben we dus te doen met stukken die onvoldoende kenbaar zijn. Een eenvoudig lijstje (formeel als bijlage van de vergunningaanvraag) waarin de feitelijk door te voeren handelingen in ‘het veld’ kort opgesomd worden, had dit kunnen oplossen. Het zal ons niet verbazen als het in het kader van het project al een dergelijk overzicht is gemaakt en ook voorhanden is.
Het baliepersoneel had echter niet meer dan dat wat wij aantroffen en ook de medewerker monumenten, die in een ander gebouw bezocht werd, had niets anders dan het ter aan de balie ter inzage gelegde.
Verbazingwekkend is dat de juristen onvoldoende letten op de kenbaarheid van wat door hun handen gaat.

Voor zover nodig met verwijzing naar de recent vastgestelde servicenormen, willen wij u vragen te bevorderen dat wij op 5 juli a.s. een gewaarmerkte kopie in handen hebben van dat wat ons inziens aan het dossier ontbreekt, namelijk (1) een begrijpelijke tekst waaruit blijkt hoe de beide hierboven bedoelde monumentenvergunningen zich tot elkaar verhouden (dus duidelijk is of en in hoeverre het garageplan monumentrechtelijk blijft bestaan) en (2) een bondige opgave van wat er in de bovengrondse structuren verandert. Zo we dat nodig zouden vinden, kunnen we dan nog voor sluiting van de termijn, 8 juli a.s., een zienswijze indienen.
 
Het moet mogelijk zijn binnen enkele dagen de eenvoudige vragen te beantwoorden en het gevraagde toe te zenden (of door de bodedienst te laten bezorgen).
Als dat niet mogelijk blijkt, willen wij via u het college verzoeken de ter inzagetermijn te verlengen en daarvan bericht te geven.
 
Tenslotte wijzen wij op een onregelmatigheid.
Nog binnen de zienswijzentermijn die tot en met 8 juli 2008 loopt, heeft het college op 18 juni 2008 het definitieve besluit genomen de aangevraagde monumentenvergunning te verlenen. Dat is gepubliceerd in Gemeenteberichten van 25 juni 2008. Wij beschikken over een kopie van de verleende vergunning.
Vergunningverlening binnen de zienswijzentermijn hoort niet. Het geeft een bijzondere kijk op de waarde van zienswijzen.
Wij gaan ervan uit dat het college de onregelmatig verleende vergunning direct intrekt en aan deze intrekking op de vereiste manier bekendheid geeft. De aanvrager van de vergunning, de mandataris van het college (bestuurlijk gezien het college zelf), wordt hierdoor niet geschaad.
Nadat de zienswijzentermijn verstreken is en eventuele zienswijzen zijn verwerkt, kan de vergunning al dan niet gewijzigd alsnog worden verleend.

In afwachting van het collegebericht,

met vriendelijke groet,
 
Bestuur Vereniging Comité Behoud Lucasbolwerk